Opinieartikel geschreven door Boris van der Ham

D66 is duidelijk en evenwichtig in religiedebat (NRC)

03 september 2010

In het NRC Handelsblad van 31 augustus 2010 schreef politicoloog Meindert Fennema een artikel over religiekritiek. Hij beweerde dat 'progressieve politici' niet openstaan voor religiekritiek. In het NRC van 3 september reageerde Van der Ham met een eigen artikel. "Fennema slaat de plank volledig mis. Ik ben nota bene de indiener van de wet die het verbod op godslastering wil schrappen."

Ik waag mij juist wel aan kritiek op religie

D66 dient een wet in tegen het verbod op godslastering- en nog stelt publicist Meindert Fennema dat ik kritiek op religies mijd stelt Boris van der Ham

Met verbazing las ik het artikel van Meindert Fennema (NRC Handelsblad, 31 augustus). Hij stelde dat politieke partijen duiken voor religiekritiek. Als bewijs daartoe beschreef hij in zijn artikel een gesprekje tussen hem en mij. Hij slaat de plank volledig mis.

Daags voor de jongste Tweede Kamer verkiezingen kwam ik Fennema tegen bij een debatavond. Een van de debatten moest gaan over de vrijheid van meningsuiting, toegespitst op de wet over godslastering. Aangezien ik de indiener ben om dat verbod daarop te schrappen wilde graag met het CDA discussiëren. De organisatie wilde echter een debat met de PvdA, voorstander van mijn wetsvoorstel. Daarom werd gekozen voor een ander onderwerp.

Later op de avond liep ik Fennema tegen het lijf. Zelfs na de uitleg over het schrappen van het debat, betrok Fennema de stelling dat progressieve politici weglopen voor religiekritiek. Ik wierp tegen dat het wetsvoorstel om het blasfemieverbod te schrappen nota bene mijzelf als eerste indiener kent. Fennema gaf geen blijk deze standpunten te kennen. Hij voegde er bovendien op hoge toon aan toe dat rechters partijpolitiek gebonden zijn. In het artikel herhaalde hij deze statements. Hij doet met zijn verwijten de feiten, maar ook zijn pleidooi voor religiekritiek onrecht.

Na de moord op Theo van Gogh in 2004, waren het juist onder meer de progressieve partijen die zich keerden tegen het plan van toenmalig minister Donner om religiekritiek aan striktere eisen te binden. Het vrije debat moet niet worden tot een kakofonie van scheldpartijen, maar dat kan vaak beter worden bevorderd door het debat aan te gaan, dan meteen naar het strafrecht te grijpen.

Daarom verzette ik me in de Kamer bijvoorbeeld tegen de aanhouding van Gregorius Nekschot vanwege zijn satirische tekeningen over de islam. De zelfde houding koos ik toen de website Ravage, de columnist Bert Brussen en de Koninklijke Bibliotheek te maken kregen met een, in mijn ogen, onzinnige overgevoeligheid van het Openbaar Ministerie rond de beledigings en haatzaaiartikelen.

Mijn partij pleit bovendien voor het het recht op geloofsafval, keert zich tegen gedwongen huwelijken, en neemt bij voortduring het initiatief voor het bewaken van rechten en veiligheid van vrouwen en homo’s.

Ja, en er is inderdaad een verschil waarop D66 dat doet, en de PVV. Wij gooien mensen en hun opvattingen niet op een hoop. Wij behandelen meningen gelijk, of die nu voortkomen uit een christelijke, islamitische of seculiere bron.

Uit het artikel blijkt dat Fennema zich weinig heeft verdiept in belangrijke, recente ontwikkelingen in het debat over de vrijheid van meningsuiting. Had hij dat wel gehad, dan had hij in ieder geval een andere tegenstander gekozen.

Boris van der Ham Tweede Kamerlid D66

Boris in de buurt

Speciale pagina’s

Politieke onderwerpen