D66-Kamerlid Boris van der Ham heeft een initiatiefwetsvoorstel ingediend tot afschaffing van de enkele-feitconstructie. Als het door de 2de en 1ste Kamer komt dan kunnen scholen niet meer op indirecte wijze docenten weigeren op grond van hun geaardheid. Het voorstel kan rekenen op een ruime meerderheid in de Tweede Kamer, aangezien het mede is ondertekend door VVD, PvdA, SP en GroenLinks.
Met het wetsvoorstel van Van der Ham (D66), Van Miltenburg (VVD), Jasper van Dijk (SP) en Van Gent (Groenlinks) lijkt een definitief einde te komen aan het wetsartikel waarmee openlijk homoseksuele leerlingen en docenten van religieuze scholen kunnen worden geweerd.
COC Nederland, dat vorig jaar nog 26.000 handtekeningen tegen de enkele-feitconstructie, verzamelde is blij. "Dit is een mijlpaal voor gelovige homoseksuelen op religieuze scholen", meent voorzitter Vera Bergkamp. De indieners wijzen erop dat op de meeste religieuze scholen geaardheid helemaal geen probleem meer is, maar op zeer strenge scholen nog wel.
Docenten die zelf ook streng-gelovig zijn maar wel homo of lesbienne blijken te zijn wordt het via allerlei omwegen onmogelijk gemaakt les te geven. Dat doet volgens de indieners geen recht aan het feit dat zelfs in streng-religieuze kringen er steeds meer diversiteit aan opvattingen rond dit thema bestaat.
De enkele feitconstructie zorgt al jaren voor verhitte politieke debatten, ondanks dat er in de praktijk nauwelijks problemen zijn. De Awgb zegt nu dat geen onderscheid mag worden gemaakt op grond van ,,het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat’’. Nooit is echter duidelijk geworden waar de grens tussen ‘het enkele feit’ en ‘bijkomende omstandigheden’ ligt. Door de woorden ‘het enkele feit van’ te schrappen, ontstaat volgens de indieners meer duidelijkheid.
De vijf partijen gaan, onder aanvoering van D66’er Van der Ham, in hun toelichting met name in op de positie van het bijzonder onderwijs. Zij willen de positie van leraren versterken, niet alleen van homoseksuele docenten maar ook die van leerkrachten die er afwijkende religieuze opvattingen op na houden. Zij wijzen erop dat ,,binnen vrijwel elk kerkgenootschap’’ afwijkende theologische standpunten worden ingenomen of bediscussieerd. Zij wijzen op debat over onderwerpen als bijvoorbeeld het huwelijk, de positie van de vrouw en het ontstaan van de aarde.
Doordat docenten met de wetsaanpassing alleen nog maar respect zouden hoeven tonen voor de grondslag, legt het initiatiefwetsvoorstel volgens critici de bijl aan de wortel van de grondwettelijke onderwijsvrijheid. De indieners stellen echter dat hun voorstel aansluit bij de bestaande praktijk, waarbij op scholen ook wordt onderwezen over de evolutietheorie en seksuele diversiteit. ,,Scholen zijn vrij hun visie over bijvoorbeeld samenlevingsvormen te uiten, en docenten dienen dit te respecteren en uit te dragen, maar tegelijk is er plaats voor docenten die hier een andere persoonlijke visie over kunnen hebben’’, vinden de vijf partijen. Door de wet aan te passen zou een betere balans tussen grondrechten ontstaan, vinden de indieners
Nederland werd de afgelopen jaren over de enkele-feitconstructie op de vingers getikt door instanties als de Raad van Europa en de Europese Commissie.
Via deze link kan de toelichting op het wetsvoorstel worden gelezen
(uit ANP en ND)