Onderstaand interview over landbouwbeleid verscheen in het blad Zuivelzicht.
"Ik vind dat we een koevoet tussen de deur moeten wrikken bij consument en supermarkt. Er dient een wezenlijke mentaliteitsverandering te komen. Als we veehouders vragen om meer aandacht te schenken aan natuur en milieu, dierenwelzijn, dus duurzame productie, moeten we als consument melk en vlees niet zo goedkoop mogelijk willen kopen in de supermarkt."
Dat vindt Boris van der Ham, landbouwwoordvoerder van D66 in de Tweede Kamer, de kleinste regeringspartij van het Kabinet Balkenende. Hij stelt dat hij aanmerkelijk minder negatief naar de Nederlandse landbouw kijkt dan veel D66-ers deden. Er is de afgelopen jaren een beeld ontstaan van de landbouw als grote subsidieverslindende industrie, die slecht omgaat met dieren en veel te veel broeikasgassen uitstoot. Hij meldt nadrukkelijk: "Zo zit ik er niet in. Ja, er moet meer gebeuren voor natuur en milieu. Maar ik weet dat de meeste boeren daaraan graag meehelpen. Ja, ik vind dat de landbouwsubsidies fors moeten worden afgebouwd. Maar die verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de boer."
Spanningsveld Van der Ham: "Maar er bestaat een spanningsveld. De boer ziet de wensen van de samenleving op het vlak van natuur en milieu, dierenwelzijn e.d. vertaald in eisen aan zijn productie. Daar horen wel volwassen consumentenprijzen tegenover te staan. Als de samenleving weidegang wil van het Nederlandse melkvee en al die andere eisen, dan moet de prijs van een kg vlees en een liter melk omhoog. We moeten er met elkaar voor zorgen, dat het voor de veehouder ook economisch haalbaar is dat hij die wensen van de samenleving kan invullen in zijn bedrijfsvoering." Van der Ham beaamt dat de samenleving meer biologische zuivel wil, terwijl in de supermarkt het merendeel van de consumenten nauwelijks bereid is om bioproducten tegen een hogere prijs te kopen. "Ik ben ervan overtuigd dat nu de tijd is aangebroken om een koevoet tussen de deur te zetten. We kunnen inderdaad een grootschalig pakket biologische of duurzaam voortgebrachte producten in de supermarkt brengen, maar alles staat of valt met de bereidheid van de consument om er een verantwoorde prijs voor te betalen. We zullen de mentaliteit van supermarkten en consumenten moeten veranderen. Ik ben persoonlijk teruggekomen van het idee, dat alle heil te verwachten is van nieuwe regelingen opleggen. Als we de veehouders geen economisch perspectief kunnen voorhouden, spannen we het paard echt achter de wagen."
Wezenlijk veranderen Hij denkt overigens niet dat de overheid hier een grote rol kan spelen. Die is gebonden aan regels van de vrije markt en keuzevrijheid voor de consument. En ook komen er al gauw kwesties van mededinging en oneerlijke concurrentie om de hoek kijken. "Nee", zegt de D66-er, "voor mij is duidelijk dat supermarkten en consumenten wezenlijk dienen te veranderen. Consumenten moeten niet meer in de verleiding worden gebracht om het goedkoopste stukje vlees dat afkomstig is uit Brazilië of Thailand te kopen, dat is geproduceerd onder extreem dieronvriendelijke omstandigheden. Supermarkten zouden dat soort producten collectief niet meer moeten aanbieden. Op die manier verstevig je de positie van producenten in Nederland en de rest van EU die wél diervriendelijk willen produceren. In Groot-Britanië doet supermarktgigant Tesco dit al. Als supermarkten in Nederland een hogere ondergrens aan kwaliteit stelt bij haar inkoopbeleid stimuleert dat de markt om diervriendelijker te produceren. Ik pleit voor een convenant van de supermarkten over die ondergrens."
Teveel boeren De landbouwwoordvoerder van D66 voelt zich vooral consument, die vanuit de Tweede Kamer naar de landbouwsector kijkt. "De meeste partijen hebben woordvoerders die zelf agrariër zijn of die in contact staan met de agrarische sector. Ik benader de sector als volksvertegenwoordiger veel meer als kritische burger, waarbij naast productie van goede voeding ook voldoende aandacht moet zijn voor andere maatschappelijke wensen. In sommige gevallen kom ik vanuit deze benadering bij hetzelfde uit als mijn collega-woordvoerders, bij andere punten vaak niet." Een belangrijk verschil van opvatting vindt hij dat veel van zijn collega's de neiging hebben om zo weinig Nederlandse boeren te laten sneuvelen. "Ik geloof echt dat er te veel boeren zijn in Nederland om economisch goed te kunnen produceren. Het is een boodschap die ik met mijn achterban niet komende uit de landbouw makkelijker kwijt kan. Ik meen het ook echt. Ik denk dat een groot percentage agrarische ondernemers zal moeten ophouden, omdat er voor hen geen plaats is. Alleen degenen die een goed nieuw bedrijf hebben en houden, zullen het economisch gezien kunnen bolwerken", gelooft hij. Gevraagd naar zijn beeld over de Nederlandse melkveehouderij en zuivel is hij Ham duidelijk: "Dat betekent voor mij de koe in de wei. Dat is gevoelsmatig het meest natuurlijke beeld dat wij en veel buitenlanders van ons land hebben. Minder melkveebedrijven betekent ook dat de overblijvende best wat mogen groeien. Maar om ruimtelijke redenen en diergezondheidsaspecten moeten die bedrijven niet uitgroeien tot die Amerikaanse mammoetbedrijven met duizenden dieren. Daarnaast kan vanwege landschappelijke belangen kleinschalige melkveehouderij best blijven bestaan. Deze bedrijven kunnen voor nichemarkten produceren. Maar besef wel dat niet iedere boer zijn hoofd boven water kan houden met streekproducten. Hoe uiteindelijk de markten worden bediend, dat moet de zuivelketen zelf uitmaken", geeft hij zijn mening.
Over de Nederlandse zuivelsector is hij genuanceerd. "Voor een deel is deze sector goed bezig, voor een ander deel niet goed. Het goede zit hem in de voortbrenging van de toegevoegde waarde producten, die gretig aftrek vinden bij de consument. Maar kijk je naar de Nederlandse zuivelexport, dan zijn het vooral bulkproducten. Dat geldt niet alleen voor deze sector, maar voor de totale Nederlandse landbouw. De zuivelindustrie onder aanvoering van Campina en Friesland Coberco doen veel en goed werk voor de Nederlandse melkveehouders, maar er moet meer geïnvesteerd worden in kennisinnovatie. De zuivel moet uitkijken een niet te klassieke, verwerkende sector te worden, want dan mist de sector de boot. Vooralsnog onderscheidt de sector zich van landbouwsectoren door een grote stroom nieuwe toegevoegde waardeproducten, aldus de D66-er.ââ€â€Ã‚Â
In het restaurant van de Tweede Kamer valt de keuze van Boris van der Ham (30 jaar) in de vroege ochtenduren op een flesje Fristi. Terwijl hij het snel leegdrinkt, vertelt de D66-er in een dynamisch tempo dat hij is geboren in Amsterdam, maar woont in Nieuwkoop in het Groene Hart van Holland. De familie Van der Ham was jaren actief in de melkveehouderij. "Mijn grootvader had een melkveebedrijf, terwijl een oom nog maar kort geleden is gestopt. Dat was in de buurt van Leerdam, waar de familie oorspronkelijk vandaan komt In die tijd was mijn vader de eerste die kon gaan studeren. Ik ben in mijn jeugd daar natuurlijk vaak gaan kijken. Vanuit die tijd heb ik als boerenkleinzoon affiniteit voor het boerenbedrijf", aldus Van der Ham. Na de middelbare school ging hij eerst twee jaar geschiedenis studeren aan de Hogeschool van Amsterdam. Maar al vele jaren liep hij met het idee rond iets te willen doen met theater. Daarom was het niet vreemd dat hij in 1994 overstapte naar een opleiding aan de Toneelacademie in Maastricht. Een studie die hij in 1998 afrondde. Vanaf 1986 was hij trouwens al op tv en in films te zien. Sinds 1997 was hij verbonden aan diverse toneelgezelschappen, waaronder De Appel in Den Haag, het Theater van het Oosten en Het Zuidelijk Toneel Hollandia. Daarnaast was hij vanaf zijn vijftiende jaar lid van de Jonge Democraten, om van 1997 tot 1998 eerst vice-voorzitter en vanaf 1998 tot 2000 landelijk voorzitter van deze jongerenafdeling van D66 te worden. "Ik speelde in die tijd bij De Appel. Toneel en politiek liepen in mijn leven parallel. Maar gaandeweg ging de liefde steeds meer uit naar politiek. Kijk, als je een stuk van een ander speelt, Shakespeare of Tsjechov, dan spreek je de tekst uit van die ander. Maar politiek betekent je eigen verantwoordelijk nemen, je eigen teksten formuleren. In de politiek kun je onrecht aankaarten. Kortom, je bemoeien met dingen waar je je kwaad over maakt", formuleert hij kernachtig. Aanvankelijk was hij nog tijdelijk medewerker van de D66-fractie in het Europees Parlement, maar sinds 23 mei 2002 maakt hij deel uit van de nu zeskoppige D66-fractie in de Tweede Kamer. Over zijn lidmaatschap van D66 is hij duidelijk: "Omdat deze partij individuele keuzevrijheid van mensen voorop stelt. We zijn liberaal op een sociale grondslag. Mensen moeten kunnen kiezen, maar tegelijk komen we op voor degenen die dat om welke reden dan ook niet kunnen. Ik ben ook lid van D66, omdat deze partij niet in dogma's wil denken. Als partijen en anderen aangeven dat een bepaalde zaak al 150 jaar op een bepaalde wijze is geregeld, dan vragen wij ons af of het niet anders of beter kan. Zo hebben we met andere partijen het referendum over de Europese grondwet van juni volgend jaar afgedwongen. Ook dat heeft weer te maken met het adagium dat mensen in vrijheid moeten kunnen kiezen.""¢ Boris van der Ham, de landbouwwoordvoerder van D66 in de Tweede Kamer.