Op 10 mei 2007 zal BIGcongres 28 plaatsvinden met als titel Breaking Boundaries: een grensverleggend congres over open innovatie. Boris van der Ham zal op de planken van de Stadsschouwburg het dagvoorzitterschap vervullen. Van der Ham is een jonge, dynamische politicus die begaan is met innovatie, onderwijs en milieu. In een interview deed hij een boekje open over politiek, onderwijs en innovatie.
In 1998 heeft u de Toneelacademie van Maastricht afgerond. Waarom heeft u de stap van acteren naar de politiek gemaakt? Ik was al vanaf mijn vijftiende actief bij D66 en de jongerenorganisatie van D66. Terwijl ik op de toneelschool zat was ik landelijk voorzitter van de Jonge Democraten. En tijdens mijn acteurschap heb ik een tijdje in het Europese Parlement gewerkt en werkte ook al voor de Tweede Kamerfractie. Mijn "overstap" was dus eigenlijk helemaal geen overstap: ik was al jaren actief.
Heeft u iets aan uw toneelachtergrond in de politieke arena? Is politiek bedrijven toneelspelen? Toneel is volledig anders dan politiek. In de politiek gaat het over je eigen idealen en die van je partij. In het theater spreek je de teksten uit die anderen ooit hebben geschreven. Daarom vind ik politiek ook zo veel spannender en meer uitdagend. Je kunt je idealen nastreven. Wat je van zo'n creatieve opleiding wel leert is om geen genoegen te nemen met het "gangbare". Mensen die buiten de hokjes durven te denken, die avontuurlijk zijn en nieuwe dingen proberen, hebben dan ook mijn voorkeur.
Sinds mei 2002 zit u voor D66 in de Tweede Kamer. Ubent een van de jongste Kamerleden. Heeft u naast de politiek nog tijd over voor andere bezigheden? Eigenlijk niet. Als kamerlid werk je 70 uur in de week. Van 's ochtends tot 's avonds en in het weekend. De telefoon staat nooit stil. Gelukkig kan je soms nog wat tijd vrij maken voor je relatie, voor familie en voor uitgaan. Maar ook bij het uitgaan wordt je ook altijd aangesproken door mensen over politiek. Dat vind ik ook heel leuk. Je bent immers niet voor niets volksvertegenwoordiger! Ik probeer ook wel wat tijd vrij te maken voor het schrijven.
U heeft bij de jongste Kamerverkiezingen opnieuw eenzetel weten binnen te slepen. Wat zijn uw speerpunten voor de komende tijd in de Tweede Kamer? Eigenlijk drie dingen. Onderwijs en de kenniseconomie zijn voor mij van het grootste belang. Dat kan Nederland weer sterker maken in de wereld. Ook milieu en het klimaat staat hoog op mijn lijst. Nederland moet weer voorloper worden op milieutechnologie. Maar het belangrijkste is wel dat we weer een vrij en vrijzinnig land worden. Niet te veel regeltjes en betutteling en niet zo krampachtig naar het buitenland.
Ziet u ook een kans om te innoveren in de Kamer? Ja, maar dat gaat erg langzaam. Ik heb wel eens voorgesteld om het vragenuurtje (dat elke week live op de tv wordt uitgezonden) te veranderen. Ik erger me namelijk zeer aan de manier waarop dat gaat. Maar zelfs dat was onbespreekbaar voor veel andere kamerleden. Ook moet de fractiediscipline minder strak: juist door de diversiteit en het debat tussen kamerleden kan de Tweede Kamer weer echt een volksvertegenwoordiging worden. Maar ook daar is veel verzet tegen. Maar ik blijf stug doorgaan met dit te bepleiten.
Als u één ding aan Nederland kon veranderen, wat zou dat dan zijn? Oef, dat is een moeilijke. Laat ik een wens doen over een dagelijkse ergernis, die voor iets fundamenteels staat. Ik wens dat we voortaan in Nederland op de roltrap rechts stáán en links kunnen doorlopen. Nu is de Nederlandse mentaliteit dat iedereen breeduit op de roltrap gaat staan. Als je er dan langs wilt, omdat je sneller wilt, moet je je er echt doorheen wurmen. Dat staat een beetje symbool voor een nare gelijkheidscultuur in Nederland. We moeten in Nederland voorlopers meer de ruimte geven, en ze niet te veel hinderen. Als je niet harder wilt lopen, en verkiest met de crowd mee te gaan, prima, maar leg dat tempo niet op aan hen die sneller willen.
D66 heeft in het verleden veel kritiek geleverd op het Innovatieplatform. Denkt u dat het innovatieplatform in zijn huidige vorm geschikt is om haar doelstelling te bereiken? Wat zou u eventueel veranderen? Het innovatieplatform is te traag op gang gekomen. Dat is een gemiste kans geweest. Ook heeft ze te veel speerpunten uitgekozen. Maar het kan zeker nog wat worden. Maar dan moeten ze ook de kracht durven te tonen om ook materieel op de speerpunten in te zetten. Boter bij de vis, dus. Geen microscopische pilotprojectjes, maar grootschalige toepassingen van nieuwe technieken en ook een markt proberen te creëren.
Bent u van mening dat de overheid een actief innovatiebeleid moet voeren? Of moet de overheid zich niet (te veel) bemoeien met innovatieve ondernemers en vooral zorgen dat regeldruk afneemt? De overheid verzint geen nieuwe producten. Dat moet de markt doen, of wetenschappers, en het liefste samen. Regels moeten worden vereenvoudigd, en er moeten vooral voorwaarden worden gecreëerd om nieuwe uitvindingen te doen of nieuwe initiatieven op te starten. Dat kan fiscaal, maar dat kan ook door investeringszekerheid te bieden. Ik ben in de Kamer ook milieuwoordvoerder en heb gezien hoe desastreus het investeringsklimaat is op het gebied van schone energie: doordat de overheid steeds van beleid veranderd, hebben ondernemers geen zekerheid. De overheid moet dus vooral stabiel zijn. Onder de titel Breaking Boundaries wordt op het congres het concept Open Innovatie belicht. De gedachte achter deze nieuwe manier van organiseren is dat waardevolle ideeën overal vandaan kunnen komen.
Hoe komt u aan uw ideeën? Door met veel mensen te praten. Door open te staan. Dat gebeurt dus ook wel eens tijdens het uitgaan. Maar ik bezoek ook veel bedrijven. En je moet een open blik hebben: Ik heb goede contacten in de wereld van de dance-muziek, maar ook de game-industrie. Daar wordt je echt enthousiast van. Maar innovaties op het gebied van schone energie zijn zeer enthousiasmerend.