Opinieartikel geschreven door Boris van der Ham

Calvinisme beperkt vrije keuze en zelfbeschikking

16 januari 2009

D66-Kamerlid Boris van der Ham publiceerde op donderdag 15 januari in NRC Handelsblad een artikel over het liberalisme en Calvijn. 2009 is het 500-ste geboortejaar van Calvijn en in dit jaar worden vooral de voordelen van het Calvinisme genoemd. Van der Ham wijst daarentegen op het kwellende negatieve mensbeeld van het Calvinisme, en stelt dat liberalen Nederland behoeden voor de kleingeestigheid van het Calvinisme Het artikel uit NRC is een verkorte versie van een lezing die Van der Ham op 13 januari hield op de Vrije Universeit tijdens een bijeenkomst over Calvijn en de Nederlandse politiek. Daar sprak ook calvinist André Rouvoet (minister Jeugd & Gezin, ChristenUnie), waarop Van der Ham reageerde. Lees hier beide stukken.


 Calvinisme beperkt vrije keuze en zelfbeschikking, door Boris van der Ham

 

Het calvinisme heeft z"n zegeningen, zeker. Het zou de Nederlandse democratie en de vorming van de Hollandse markteconomie hebben bevorderd. Bovendien moedigde het mensen aan zelf de Bijbel te lezen, wat bijdroeg aan de geletterdheid, maar ook een meer individuele geloofsbeleving. En een hoog arbeidsethos en zuinigheid zijn eveneens belangrijke deugden. Voor het overige mag de viering van het Calvijnjaar vooral een afscheidsfeestje zijn. Het calvinisme ziet de mens als fundamenteel zondig, gebaseerd op Calvijns beroemdste uitspraak: "De mens is onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad." Calvijn hing daarbij de "predestinatieleer" aan: God zou al vóór de Schepping hebben bepaald welke mensen zijn uitverkoren om tot de hemel te worden toegelaten, en welke niet. Keuzevrijheid en zelfbeschikking werden verworpen. Hiermee vormt het calvinisme de contramal voor het vrijzinnige mensbeeld waarbij de mens door eigen keuzes zijn lot kan beïnvloeden. Deze tegenstelling heeft ook in de Nederlandse politiek betekenis gehad. In dit Calvijnjaar is het precies 400 jaar geleden dat een groep vrijzinnigen bezwaar aantekende tegen de calvinistische leer. In 1608 hielden de Staten van Holland hierover aan het Binnenhof een hoorzitting. De Leidse theoloog Arminius hekelde daar met name de predestinatieleer. Hij sprak over het belang van de "vryen wille des menschen" en stelde: 's.o acht ick dat hy vermach het goede te dencken, te willen ende te volbrenghen." Hoewel Arminius in 1609 stierf, werd in 1610 een "remonstrantie" (verzoekschrift) ingediend , waarna het theologisch en politiek conflict escaleerde en de Remonstranten zelfs verboden werden. In de 19de en de 20ste eeuw transponeerde het calvinisme haar theologische predestinatieleer naar een politieke variant. Ze pleitte voor strenge wetten tegen zedenverval. In deze tijd stond Nederland bekend als "bedaarde natie", een apotheose van de kleingeestige maatschappij, waarin huishoudens de gordijnen expres 's avonds open hielden om te tonen dat ze niets zondigs deden. Pas in de jaren zestig kwam hier een einde aan. Seksualiteit, de emancipatie van homo's. drugs, euthanasie en abortus werden sindsdien in grote openheid besproken. Zo groot, dat het zelfs iets calvinistisch had. Waar in andere landen "zonden" oogluikend werden toegestaan, werden hier de gordijnen juist nog wijder opengetrokken. Ook de calvinistische neiging tot het "letterlijke" kwam tot uiting door de liberale verworvenheden te codificeren tot wet. Het feit dat het buitenland soms raar aankijkt tegen onze vrijheden, heeft niets te maken met de inhoud, maar omdat we er zo calvinistisch open en eerlijk over zijn. Die interessante vervlechting van vrijzinnigheid en calvinisme staat de laatste tijd echter onder druk. Zijn er problemen met het opvoeden van een specifieke groep kinderen? Dan geldt dat gevaar dus potentieel voor álle kinderen, en wordt voor ieder kind een "kinddossier" aangelegd. Heeft een specifieke groep jongeren een vreemdsoortige seksuele moraal? Dan wordt de alarmklok geluid over de seksuele moraal van de gehele jeugd. De zonde van de een is slechts de voorbode van de zonde van anderen, lijkt het. Een nieuw soort predestinatieleer. Het succesvol reguleren van drugsgebruik, om de "zonde" te kunnen kanaliseren, dreigt geofferd te worden aan ideologische stokpaardjes. Apocalyptische geluiden over het afglijden van de samenleving, worden gevolgd door het voornemen van het kabinet om een heuse waardencatalogus te introduceren. Het is de maakbaarheid voorbij. Minister Rouvoet verwijt op zijn beurt dat liberalen hun ogen sluiten voor problemen, sterker nog, hij vindt dat het liberalisme "een richting" ontbeert die goed gebruik van vrijheid nu eenmaal behoeft. Die claim op moraliteit is onjuist, en ook ergerlijk. Voor liberalen vormen waarden als individuele ontplooiing, zelfbeschikking, eigen verantwoordelijkheid, maar ook het beginsel dat je de ander niet schaadt met het benutten van je vrijheid, een diepe ethiek. Daaruit volgt het pleidooi voor emancipatie, onderwijs, en de zorg voor toekomstige generaties en het milieu. De liberale denker John Stuart Mill zei dat de overheid een bijzondere taak heeft om met name jongeren extra te beschermen en te ontwikkelen, zodat ze uiteindelijk tot verantwoorde keuzes komen. De eerste sociale wetgeving in Nederland kwam dan ook van een sociaal-liberaal, de wet tegen kinderarbeid. Ook als mensen geen maat kunnen houden en zich ten gronde dreigen te richten, sluiten liberalen de ogen niet. Dat betekent echter niet dat we burgers in beginsel met wantrouwen tegemoet moeten treden. Liberalen kiezen voor een specifieke benadering, maatwerk, zonder nodeloze energie te verspillen aan een veralgemeniseerd negatief mensbeeld, en zonder de overheid als vernieuwd instrument van morele voorzienigheid. Juist in dit Calvijnjaar moeten de liberalen en vrijzinnigen waken voor hun zaak. Of is er 400 jaar na dato weer een nieuwe remonstrantie nodig?

Boris in de buurt

Speciale pagina’s

Politieke onderwerpen