Interview met Boris van der Ham (D66)

"We praten elkaar een depressie aan"(interview in VolZin)

23 september 2005

Onderstaand interview verscheen in VolZin, een opinieblad voor geloof en samenleving.

"Niet het laat-maar-waaien uit de jaren 80 of het alles-moet-kunnen uit de jaren 60 is de kern van een vrije samenle¬ving, maar de mogelijkheid van individue¬le ont¬plooiing. Mensen moeten zich niet gewoon, maar buiten¬ge¬woon kunnen ontplooien. Dat betekent dat je mag afwijken, maar ook dat een vrije samenle¬ving niet zonder druk of ambitie is. Vrijheid is niet soft." Aan het woord is Boris van der Ham, voormalige acteur, nu Tweede-Kamerlid voor D66, homo oud-landelijk voorzitter van de Jonge Democraten, winnaar van de Klare Taal¬prijs en bevlogen vechter voor vrij¬heid en vrijzinnigheid. Zijn missie als politicus, zegt hij, is aan¬tonen dat een vrije samen¬leving niet zonder waar¬den is. "Daarin moet je wel dege¬lijk naden¬ken over de ontwik¬keling van wat waarheid is, je moet stand¬punten durven inne¬men, opvattin¬gen ventileren en naar anderen durven luiste¬ren. Het houdt ook in dat je denkt aan mensen ver weg en aan volgen¬de genera¬ties, want ook die moet je hun individuele ontplooiing gun¬nen. En je moet naden¬ken over mensen¬rechten, en oorlog en vrede. We kunnen nu wel zeggen dat Amerika het in Irak slecht heeft gedaan en de VN heeft geschof¬feerd en dat is alle¬maal waar, maar daarmee ben je er nog niet. Want waar was Neder¬land toen Saddam Hoes¬sein honderdduizen¬den Koerden uit¬moord¬de, alle¬maal mensen met recht op individu¬ele ontplooiing? Waar waren we toen? Ik heb ook vaak genoeg de neiging om meteen naar een ander te wijzen, maar - en dat is misschien heel protestants - dan wijs ik ook meteen met drie vingers naar me¬zelf." En dat is zijn andere missie. Hij mag dan wat hij zelf noemt "een laffe kerkganger" zijn, in elk debat over religie brengt hij in dat je niet óf fundamentalist en gewelddadig, óf mo¬dern bent, maar dat er onder christenen en zelfs onder ortho¬doxen moderne mensen zijn. Dat er een vrijzin¬nig chris¬tendom bestaat dat past in het liberale gedach¬te¬goed, en dat heus niet alleen ongelovi¬gen hebben gezorgd voor vernieu¬wing. 's.er¬ker nog, de eerste plekken waar vrouwen gezag¬hebben¬de posities bekleedden, waren de doopsge¬zinde en de remon¬stan¬tse kerk. Die accepteer¬den al vrouwel¬ijke dominees toen in Neder¬land nog geen vrou¬wenkiesrecht bestond. Kerken en partij¬en waartoe ik me aange¬trok¬ken voel, durven voorop te gaan. Vrij¬zinnig¬heid is boven¬dien een kenmerk van de tole¬rante samenle¬ving. Daarin accep¬teert iedereen - christenen, moslims, atheï¬sten en agnos¬ten - dat anderen totaal anders kunnen denken dan jij en er totaal anders kunnen uitzien, en leeft het besef dat dat waarde heeft."

Hij noemt zichzelf een "bevroren agnos¬t", een niet-weter die niet bezig is met de vraag of god be¬staat. Hij vindt die vraag nu niet interessant al sluit hij niet uit dat dat later veran¬dert. Zijn ouders zijn van christe¬lijk gere¬for¬meerde huize maar in zijn jeugd gingen ze naar de remon¬stantse kerk. Dat vrij¬zinnig protes¬tantisme inspireert hem nog steeds. "Ik vind het mooi, vooral de filoso¬fische basis ervan, meer dan dat het mij godsdienstig zo bij de kladden pakt. Dat moet je overko¬men denk ik. Dat gebeurde ook toen ik klein was. In 'Ons centrum', een cnv-vacan¬tieoord, las iemand tij¬dens de avondsluiting uit de bijbel. En al die teksten ¬sloten aan bij wat mij die dag was overkomen. Dat kan geen toeval zijn, dacht ik toen. Ik vind het nog steeds inspi¬rerend dat zo'n tekst van meer dan 2500 jaar oud universe¬le dilemma's aanroert. To¬neel¬tek¬sten doen dat soms ook. Lees Antigone van Sopho¬cles en de dialogen tussen vader en zoon. Daarover hebben mensen in Heerenveen het nu ook, denk je dan. Het feit dat bepaalde thema's over 2000 jaar nog spelen, geeft continuïteit en het hou¬vast dat je niet alleen bent. Oude verhalen helpen om jezelf in die continu¬teit teeen geschiedenis plaatsen. Dat die tek¬sten zolang mee¬gaan terwijl een mens maar zo'n 75 jaar leeft, is onvoorstelbaar. Dat over¬stijgt jezelf, dat krijgt zelf bijna iets religieus." God verdween weer uit zijn leven toen hij als puber Jesus Christ Superstar zag. Hij raakte enorm onder de indruk van die inspire¬rende en charismatische man. Maar goddelijk? "Ik vond het vooral zo menselijk. Je hebt geen god of opperwezen nodig om inspire¬rend te zijn, realiseerde ik me toen. Wat ik wel nog steeds interessant vind in de geschiedenis van god is dat hij zichzelf zo vaak cor¬rigeert. Hij schept hemel en aarde en als hij boos is, veroorzaakt hij een zondvloed. Maar daarna zegt hij: dit zal ik nooit meer doen. Dat vind ik zo mooi. Het interesseert me niet of het wel of niet gebeurd is, maar je ziet dat het hoogste in dit universum ergens spijt van kan hebben. Het verhaal van Abraham vond ik altijd het meest gruwelij¬ke bijbelse verhaal. Tot mijn domi¬nee vertelde dat het in die tijd bij bepaalde religies een gebruik was om je oudste zoon te offeren. Uit een soort gemakzucht doet de god van de joden dat ook. Maar op het laatste moment zegt hij: nee, zo'n god wil ik niet zijn. Hij is een god die terug¬komt op zijn beslissing en zijn almacht niet wil gebrui¬ken. Zo kun je dat verhaal ook lezen. Als hij zijn zoon laat sterven, doet hij een paar minuten het licht uit. Zo van: ik moet dit even verwerken. Die persoon¬lijke, haast menselijk god vind ik heel inspirerend."

En toch is hij een agnost. die ziHij kan zichch kan voorstellen dat god be¬staat maar even goed dat het niet zo is. De waarheid vindt hij in die oude verhalen. "En vanuit mijn vrij¬zinnige blik zie ik het liefst dat zelfs het opperwe¬zen af en toe zegt: zie ik dit wel goed, ben ik wel goed bezig als god? Toen de Remon¬stranten in 1619 door Maurits verboden werden, noemden zij zichzelf de collegianten, zij die elkaar colle¬ge gaven. Er was geen domi¬nee, de een zei dit, de ander stelde daar dat tegenover. Dat trok bijzon¬dere mensen aan, zoals Rembrand¬t en Spino¬za, een van de grondleggers van de Ver¬lich¬ting. Er zijn in de ge¬schie¬de¬nis mensen geweest die funda¬mente¬le dingen ter discus¬sie durfden te stellen omdat ze inzagen dat het¬geen geschreven staat niet zo be¬lang¬rijk is als wat er tussen de regels staat. Zeker in religie gaat het om de bedoe¬ling. Zelfs bij ortho¬doxe christenen wordt er nu anders aangekeken tegen vrouwen, homo's en andere godsdiensten dan vroeger. Vrij¬zin¬nigheid is onont¬koombaar in een geïndividu¬aliseerde samen¬leving." Hij pleit voor meer individualisering. Dat is goed, zegt hij, want als je de emancipatie van de individuele mens voorstaat, gun je ook de ander om zichzelf op de best mogelijke manier te kunnen ontplooien. Elk mens moet die kans krijgen want ieder mens is uniek. "Dat is heel christelijk: god heeft oog voor ieder mens afzonderlijk. De mens¬heid is niet een bulk, niet het volk of de kudde, nee, het gaat om elk scha¬ap¬je. En dat moet de kern zijn van een goede samenleving. De meerwaarde van religie vind ik dan ook die histo¬ri¬sche solida¬riteit. Want dat zorgen voor elkaar is nooit vanzelfsprekend. Zelfs als je van alles uitbe¬steed aan de staat, betekent dat nog niet dat je niet naar elkaar hoeft om te kijken. Zwervers hebben toch allemaal een uitke¬ring, zei laatste een LPF-collega, waarom moet er dan nog geld bij? Strikt genomen heeft hij gelijk, want we hebben dat zo georga¬niseerd. Maar er klopt tegelijk geen hout van, want die mensen zijn gek of schizofreen, die liggen in de goot omdát niemand naar ze omkijkt en ze vermor¬zelt zijn in een systeem wat solidair lijkt maar niet is. Individu¬alisering houdt ook in dat je soms voor mensen moet zorgen, omdat je de keuze¬vrijheid kunt verliezen in versla¬ving of ziekte. Dan heb je de verant¬woordelijkheid om in te grij¬pen, niet als straf maar als handreiking." Scheiding van kerk en staat - belangrijk punt in D66 - bete¬kent voor hem dat bij alles voor religie geen uitzon¬dering ge¬maakt wordt. Vrijheid van godsdienst zou ook een onder¬deel moeten zijn van het art¬ikel over vrij¬heid van me¬ningsui¬ting, niet meer of minder dan humanistische, liberale of socialisti¬sche opvattin¬gen. Maar het houdt niet in dat alle reli¬gieuze ver¬wijzingen uit de samenle¬ving verbannen moeten wor¬den. "Al vind ik dat rechters en politieagenten geen hoofddoek¬je horen te dragen, en ook geen kruisje of keppel¬tje, een gemeen¬te¬lijke loket¬bediende mag dat wel. Terwijl ik me erger aan hoofd¬doek¬jes, wil ik ze niet verbi¬eden. Dat is een groot versch¬il. Als iemand een neus¬pier¬cing heeft, of een kruisje of sterre¬tje draagt, kun je daarover andere opvattin¬gen hebben, maar je moet enig incas¬seringsvermogen hebben. Ik vind die hoofddoek niet goed, ik erger mij eraan, maar je mag als mens een ander ergeren en je moet een zekere mate van ergernis bij jezelf voor lief te nemen. Een voor¬waarde van een vrije sociale samen¬leving is dat mensen voor de ortho¬doxie mogen kiezen. Maar ze moeten er ook uit kun¬nen als ze dat willen. De staat moet dan hun vrijheid garan¬deren in welke richting ook. Ik was persoonlijk geen groot voorstander van de koopzondag. De waarde van een rustdag is groot, bijna een onderwerp van volksgezondheid. Mijn tante zou zeggen: God heeft dat niet voor niets bedacht. Maar ik ben er trots op dat D66 ook het initiatief heeft genomen om mensen die om religieuze redenen niet willen werken op zondag bij wet te be¬schermen." Niet alleen religie fascineert hem, ook rituelen doen dat. Ze geven houvast en betekenis. Maar kerkelijke ritue¬len zeggen hem weinig. "Hos¬ties, wijwater, daar ben ik veel te protes¬tants voor. Ik zou al nooit katho¬liek willen zijn want ik ben het met de hiërarchische orga¬nisatie fundamenteel oneens. Maar ook de katholie¬ke litur¬gie zegt me niets, zelfs niet als voormalig acteur. Ik vind het kitsch. In de protestantse kerk dringt het zich minder op en aan het avond¬maal heb ik nooit zo meege¬daan. De doop vind ik wel mooi. Het is na¬tuurlijk onzin, dat beetje water over je hoofd, maar soms moet je iets mate¬rieel maken. In een verga¬d¬ering heb je ook een hamertje nodig, dat geeft letterlijk houvast." Verdonks voorstel om de afron¬ding van de integratie te vieren? "Ja, dat is hartstikke goed. Verdonk is een van de slecht¬ste ministers van dit kabi¬net maar dait is nou eens een goed voorstel. Dan kunnen wij wel zeggen: wat is nou zo'n Nede¬rlands vlag, maar mensen die lid worden van onze samenleving moet je juist laten weten dat het iets bijzonders is ze blijken het zelf ook erg leuk te vindenvinden dat leuk. Abraham Kuyper zei ooit: 'vier uw vier¬dagen'. Sla ze niet over, geef ze betekenis, doe ze ook niet weg want waar kun je dan nog naartoe leven?"

Als 15-jarige was hij al lid van D66. Waarom? "Omdat die partij aansluit bij het vrijzinnige waarmee ik opgroeide. Men beseft er dat de waarheid dyna¬misch is, dat er geen van¬zelf¬spre¬kendheden zijn en je moet blijven denken. Maar ook vanwege de leuke mensen die kunnen lachen om wat ze doen. Sommige mensen vinden dat het in de politiek te veel over personen gaat. Maar het gaat altijd over perso¬nen in de politiek, over mensen, over individu¬ele geval¬len die buiten de regels vallen en over mevrouwen en meneren die daarop beleid maken en dat moeten verwoor¬den. En dan is de persoonlijke instellinguitstraling belangrijk. Ik kan het als kiezer wel eens zijn met een partij¬programma, maar ik wil ook dat degene die dat moet bevechten, iemand is die door¬zet en het voorelkaar krijg¬t." Hij is een hoopvol mens. Een van zijn ankerteksten is van J.F. Kennedy: 'All this will not be finished in the first one hundred days. Nor will it be finished in the first one thou¬sand days, nor in the life of this Administration, nor even perhaps in our lifetime on this planet. But let us be¬gin.' Doemverhalen ergeren hem. "Toen Kardinaal Simonis - overigens een aardige man - zei dat we in Nederland lijden aan morele scheurbuik, dacht ik: wat een onzinnou ja zeg. Er zijn altijd kleine groepjes die zich misdragen Er zijn wel mensen die daaraan lijden maar het overgrote deel niet, die weet verdomd goed wat er wel en niet mag en houdt zich daaraan. Ik heb een ingeboren neiging om dat soort grote woorden, ook van mezelf, te wantrouwen. Is dat nu wel zo? We praten elkaar allemaal zo'n depres¬sie aan. Dat doet dit kabi¬net ook. Dat heeft een totaal gebrek aan poëti¬sche zeggings¬kracht. Deze regering kan niet verwoorden waar de moeilijke maatregelen die soms echt genomen moeten worden, toe lei¬den. Er zijn altijd mensen die tussen het wal en het schip vallen. Daar moet je onmiddellijk oog voor hebben, dat moet niet afge¬dwongen hoeven worden. Je moet laten zien dat dathet je wat kan schelen. En daarvoor hebben heel veel ministers in dit kabinet gewoon geen talent. Dan zie je weer hoe belangrijk het persoonlijk in de poli¬tiek is.

Boris van der Ham, (1973) geboren in Amsterdam, studeerde twee jaar geschiedenis en doorliep daarna de Toneelacademie Maastricht. Hij speelde bij toneelgroep De Appel, bij het Theater van het Oosten en bij het Zuidelijke Toneel. Vanaf zijn 15de was hij politiek actief bij de Jonge Democraten en in de lokale afdeling van D66 in Nieuwkoop. Tussen 1998 en 2000 was hij landelijk voorzitter van de Jonge Democraten. Sinds de kamerverkiezingen van 2002 is hij Kamerlid voor D66. Hij houdt zich o.a. bezig met Binnenlandse Zaken, Democratische vernieuwing, Milieu, Natuur, Landbouw, Drugsbeleid, Verkeer en Waterstaat, en was een van de initiatiefnemers van het referendum over Europa. Met een aantal internationale politici schreef hij in 2002 een brief aan de Nobelprijs-stichting om te pleiten voor een Nobelprijs voor Duurzame Ontwikkeling. Dit kreeg Internationale aandacht. Boris van der Ham ontving vorig jaar de Klare Taalprijs.

Boris in de buurt

Speciale pagina’s

Politieke onderwerpen